Joop van der Horst

Joop van der Horst

Joop van der Horst (1949) is hoogleraar Nederlandse taalkunde aan de universiteit van Leuven. Naast een lange reeks boeken en artikelen over de geschiedenis van onze taal schreef hij columns voor het Leids Dagblad, Haarlems Dagblad en De Standaard, en werkte hij meer dan twintig jaar mee aan het NOS-radioprogramma Wat een taal. Van der Horst won in 2006 de populariseringsprijs van de Landelijke Onderzoeksschool Taalwetenschap.

Mogelijkheden

Joop van der Horst is een bevlogen spreker op het gebied van taal, taalverandering, (cultuur)geschiedenis, mediawetenschap en onderwijs. 

Vraag informatie aan
Het einde van de standaardtaal

De klachten over slechte spelling, ontlezing, slordige uitspraak, dalend niveau van het onderwijs, invloed van sms-taal en het gebruik van Engelse leenwoorden zijn niet van de lucht. En zelfs degenen die niet klagen, erkennen dat er op taalgebied onthutsend veel verandert: we lezen en schrijven anders dan tien of twintig jaar geleden. Wat overkomt ons?
Volgens taalhistoricus Joop van der Horst zijn deze ontwikkelingen te zien als een wisseling van taalcultuur, die zich niet alleen in Nederland maar in alle westerse landen voltrekt. Onze ideeën over taal, spelling, woordenboeken, grammatica en onderwijs zijn in de Renaissance ontstaan. Wat we momenteel beleven is het einde van die Renaissance-taalcultuur, en het begin van een radicaal andere omgang met taal.
Het einde van de standaardtaal is behalve een prikkelend betoog ook een buitengewoon heldere en levendige geschiedenis van de geschreven en gedrukte taal zoals die zich vanaf de Renaissance heeft ontwikkeld.

Het boek is verplichte kost voor iedereen in het taalonderwijs (aan hen is het boek ook opgedragen), voor iedereen die werkt met taal of houdt van taal, of gewoon voor wie geboeid is door wat er omgaat in onze tijd. De wereld zal niet vergaan zonder standaardtaal, maar ze zal wel heel anders zijn.

Taal op drift

In Taal op drift onderzoekt Joop van der Horst taalveranderingen door de eeuwen heen. Sommige veranderingen gaan al duizend of tweeduizend jaar almaar in dezelfde richting. Daar komt geen menselijk ingrijpen aan te pas; het gaat vanzelf. Toch blijkt dat de taal niet lukraak verandert.

Het verhaal van de taal en dat van de samenleving staan niet zo los van elkaar als altijd wordt gedacht. Er is een verrassende, zelfs onthutsende parallellie tussen wat er met de taal gebeurt en wat er in de samenleving plaatsvindt. Daarom gaat Taal op drift niet alleen over taal, maar ook over geld, over de standenmaatschappij, over vrouwenemancipatie en over nog veel meer.